Aluminium
Aluminium (afkorting Al, soortelijk gewicht 2,698, smeltpunt 660˚C) is zilverachtig grijs van kleur, licht van gewicht en in oorspronkelijke vorm zacht. Het is een relatief jong metaal; ontdekt in 1824 en in commerciële productie sinds 1889. Door toevoeging van beperkte hoeveelheden legeringselementen is aluminium qua vorm en sterkte zeer goed aan te passen aan verschillende toepassingsmogelijkheden. Het metaal heeft een zeer goede geleiding van warmte en elektriciteit en een sterke affiniteit met zuurstof en oxideert snel, waardoor het zeer corrosievast wordt.
Aluminium is het meest toegepaste non-ferro metaal (wereldwijd meer dan 25 miljoen ton per jaar). Het primaire aluminium wordt met behulp van wals- en extrusieprocessen verwerkt tot folieën en (gelegeerd) in plaat en profiel. Qua toepassing gaat het dan om producten als vliegtuig- en autobodies, frisdrankblikjes, kozijn- en kassenbouwprofielen en verpakkingsmateriaal. Secundair aluminium wordt meestal hersmolten tot broodjes en blokken en via gietprocessen toegepast in de automobielindustrie (motorblokken en versnellingsbakken), in de bouw (bijvoorbeeld deurkrukken) en in huishoudelijke apparatuur (wit- en bruingoed). Net als bij zink gaat een vrij groot deel verloren door dissipatief gebruik in verfen, coatings en desoxidatiemiddelen en in de farmaceutische industrie.
De levensduur van de toepassingen waarin aluminium wordt gebruikt is dikwijls relatief kort (denk aan auto’s en verpakkingen). De inzameling kan daardoor hoog zijn, maar dient in verschillende schakels van de keten goed te worden georganiseerd, omdat het materiaal anders in huishoudelijk afval verloren kan gaan. Hoewel het hersmelten van aluminium vrij veel geld kost, is recycling van aluminium uit milieuoogpunt toch van zeer groot belang. De chemische en elektrolyseprocessen waarmee de grondstof bauxiet wordt omgezet in aluminium vergen immers heel veel energie. Aluminium is ongevaarlijk voor de mens.


